Terug naar overzicht                                                     Terug naar beginpagina

 

Handelingswijzer voor


 

 

faalangst

 

DSM-IV

Faalangst heeft geen DSM-IV klassering.

 

Definitie van het probleem en enkele wetens-waardigheden

Faalangst is een specifieke vorm van angst, die altijd gebonden is aan het verrichten van een taak. Er moet een, in de ogen van de jongere, belangrijke prestatie geleverd worden en de kans op mislukking wordt als reŽel geschat.Door zijn spannings- en angstgevoelens presteert de jongere slechter dan hij/zij in feite kan. Het is situatie gebonden angst. Faalangst is geen karaktertrek of persoonlijkheidskenmerk, wel zijn perfectionisme en onzekerheid vaan aanwezige kindkenmerken. Het kan ontstaan zijn door ervaringen in het verleden, bijv. op de basisschool of door de opstelling van volwassenen uit de omgeving van het kind. Faalangstige kinderen hebben vaak ook ouders met faalangst.

Uit onderzoek blijkt dat tussen de 10 en 13 % van alle jongeren tussen de 12 en 14 jaar last hebben van faalangst.

Faalangst zie je op de verschillende terreinen, bij schoolse taken (proefwerken, scriptie etc), bij sociale taken (b.v. iets zeggen in gezelschappen) of bij motorische/competitieve taken (b.v. meedoen aan een sportwedstrijd)

 

Wat zie ik in de klas, hoe herken ik dit gedrag /deze stoornis?

Er zijn vier kenmerkende reacties bij faalangst

-         de afhankelijke leerling - verhult de onzekerheid door veelvuldige vragenstellen

-         de gesloten leerling - verhult de onzekerheid door zich terug te trekken

-         de clown - verhult de onzekerheid door grappen te maken

-         de brutale - verhult de onzekerheid door brutaal gedrag

 

Actief gedrag

-         druk doen, nerveus gedrag, clownesk gedrag

-         kleur krijgen, zweten, naar het toilet gaan

-         voortdurend om bevestiging vragen

-         veel tijd aan het huiswerk besteden

-         lang over een so (toets) doen

-         perfect werk willen inleveren, detaillistisch leren

Passief gedrag

-         stelt schoolwerk voortdurend uit

-         met een smoesje vertellen dat het huiswerk niet goed gedaan is

-         spontaan hoofdpijn of buikpijn  krijgen en ziekmelden

-         blokkeren bij onverwachte overhoringen (blackout)

 

Bij gesprekken over resultaten ziet de leerling succes vaak niet het gevolg van eigen kwaliteit maar wijzen op oorzaken buiten zichzelf. De leerling legt de nadruk op zijn (haar) slechte eigenschappen.

De leerling neemt complimenten niet aan, kan ze niet goed verdragen

 


 

 

De beste aanpak in de klas in bondige adviezen

Zie faalangst als een signaal dat er iets mis is gegaan in het begeleidingsproces. Laat de zaak niet op zijn beloop. Erken de jongere in zijn probleem: praat het niet weg door te zeggen dat die angst niet nodig is.

 

-         zorg voor succeservaringen

-         geef positieve feedback op de persoon

-         geef positieve feedback op het product

-         geeft de leerling ruimte om fouten te maken

-         biedt een heldere structuur in je les. Vertel aan het begin precies wat de leerlingen kunnen verwachten.

-         leer de leerling werk te plannen en zich aan de planning te houden

 

In ieder geval niet doen

-         Maak geen ironische of sarcastische opmerkingen over het leren van de leerling

-         Spreek bedreigende situaties vooraf door.

-         Maak de jongere niet alleen afhankelijk van jouw goedkeuringen.

 

 

Ervaringen met deze handelingswijzer s.v.p. opsturen aan cordys@cordys.nl